In het jaar 963 bouwde Graaf Siegfried op de Bock-rots een kasteel; dit was de basis voor de latere stad. In het verloop van de eeuwen werden geweldige ringmuren aan de westkant aangelegd, die de Bourgondiërs er toch niet van hebben kunnen afhouden, de stad 1443 in te nemen. Luxemburg bleef daarna 400 jaar onder vreemde heerschappij. De beste vestingsbouwers van de bezettende machten (Bourgondiërs, Spanjaarden, Fransen, Oostenrijkers en de Duitse Bond) maakten van de stad één van de sterkste vestingen ter wereld: het "Gibraltar van het Noorden".
De verdediging geschiedde door 3 vestingsgordels met 24 forten en nog eens 16 andere belangrijke verster¬kingen alsmede door middel van een enorm ondergronds netwerk van 23 km kazematten. De kazematten boden niet alleen een schuilplaats aan duizenden soldaten mét hunpaarden, maar huisvestten ook ateliers, bakkerijen, slagerijen enz. In 1867 moest de vesting ontruimd en afgebroken worden omdat Luxemburg tot neutraal gebied was verklaard. Tijdens de afbraak, die 16 jaar duurde, verdwenen ook de gebouwen die boven op de Bock stonden. Het was echter onmogelijk de kazematten op te blazen zonder schade voor bepaalde gedeelten van de stad aan te richten. Men beperkte zich tot het sluiten van de voornaamsteingangen en verbindingen; overgebleven zijn nog 17 km kazematten, gedeeltelijk over verschillende verdiepingen verdeeld. Eindeloze trappen zijn tot 40 meter diep in de rotsen uitgehakt. U zult wel begrijpen dat deze kazematten in de twee laatste wereldoorlogen als schuilkelders werden gebruikt en 35 000 mensen een veilig onderkomen boden.
Het is ook begrijpelijk dat de vestingsbolwerken en het historisch zeer waardevolle oude gedeelte van de stad wereldberoemd zijn en 1994 door de UNESCO in de lijst van wereldcultuurbezit zijn opgenomen.
De oorsprong van deze kazematten gaat terug naar het jaar 1644, toen de Spanjaarden de middeleeuwse versterkingen modernizeerden. Zij bouwden verschillende grote bastions, o.a. het bastion Beek (1644), het grootste en sterkste van de serie, wiens boven-platform vandaag de Place de la Constitution is. Oorspronkelijk was dit bastion echter niet zo hoog. Het platform lag destijds op hetzelfde niveau als de hieraan aan¬sluitende terassen (die door de brede trap te bereiken zijn).
1685 werd het bastion door Vauban op het hedendaags niveau van de Place de la Constitution gebracht (muurhoogte: 27 m).
In 1673 bouwden de Spanjaarden de"Ravelin du Paté", bedoeld ter versterking van het bastion Beek. Deze kleine, driehoekige constructie is één van de weinige verdedigingselementen, die voor een groot deel bewaard zijn gebleven. Vauban heeft aan de constructies langs het Pétrusse-dal zijn huidige vorm gegeven en bouwde de "kleine trap". 1728 en 1729 bouwden de Oostenrijkers de "Bourbon-sluis" en de "grote trap", in 1746 uiteindelijk de kazematten van de"Batterie de la Pétrusse". In de loop van de eeuwen werd de vesting vergroot en versterkt.Na een tweede verdedigingsgordel werd een derde gebouwd en Luxemburg ontwikkelde zich tot het "Gibraltar van het Noorden".
Aangezien de strategische waarde enkel en alleen op het dal uitgericht was, werden de forten langs de Pétrusse langzaam vergeten en verwaarloosd. Bij de sloping van de vesting, besloten in het Verdrag van London uit 1867, stelde men zich tevreden met het dichtmetselen van de schietgaten en de meeste ingangen.
Pas in 1933 kwam er weer leven in de Pétrusse-kazematten: op 26 juli van dat jaar werden de eerste bezoekers binnengelaten.
Het huidige groothertogelijk paleis werd in 1572-74 als stadhuis opgericht. Later deed het gebouw dienst als prefectuur en daarna als zetel van de regering. In 1890 werd het voormalige raadhuis door de Brusselse architect Gédéon Bordiau en de Luxemburgse staatsarchitect Charles Arendt verbouwd tot groothertogelijk paleis.
Na de interieur-renovatiewerkzaamheden van 1995 kan men het gebouw nu weer bezichtigen, in de zomer (half juli tot begin september).
Het Kasteel zal gesloten wegens restauratiewerken van 9 januari tot 14 mei 2012 blijven.
Het kasteel van Bourscheid vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in de 10e eeuw, maar de eerste documentatie dateert van 1095. Tijdens omvangrijke uitbreidingswerkzaamheden in de 14e en 15e eeuw werd het voorzien van een vestingmuur met 6 gotische torens. De overheid heeft deze, in de 19e eeuw verlaten kasteelruïne, aangekocht en voor publiek toegankelijk gemaakt.
Het Stolzemburger huis is een waardevol gotisch herenhuis uit 1348. Hier is een klein museum ingericht, dat de geschiedenis van het kasteel en van de heren van Bourscheid vertelt. In dit kader vinden ook de culturele weken van Bourscheid plaats.
Iedere avond verlicht tot 24 uur.
Het kasteel van Vianden werd van de 11e tot in de 14e eeuw op de fundamenten van een Romeins kasteel en een Karolingisch refugium gebouwd. Sinds 1417 behoort dit gebouw aan het huis van Oranje-Nassau. Na de renovatiewerkzaamheden van 1977 wordt dit volledig ingerichte paleis gezien als een van de grootste en mooiste heerlijkheden uit de romaanse en gotische tijd in Europa.