
|
![]() |
|||
![]() |
Als PDF formaat downloaden Steden en Dorpen |
||
|
Een rijk en gevarieerd industrieel erfgoed Sinds de Oudheid al was Luxemburg voorbestemd voor een grote industriële toekomst, vooral dankzij het alluviale ijzererts. Maar door de rijke bevloeiing van het Luxemburgse grondgebied kon ook de productie van textiel, handschoenen, faience, papier en de bierbrouwerij voluit bloeien. En sinds het einde van de 18de eeuw hebben ook tabaksfabrieken een vaste stek gevonden in het industriële landschap. De industrie kwam langzaam tot bloei in de loop van de 18de eeuw, dankzij het mercantilisme van de Oostenrijkse vorsten. De oprichting van de koninklijke en keizerlijke manufacturen van Villeroy & Boch dateert ook uit die tijd en getuigt wereldwijd van het belang dat Luxemburgers hechten aan de gedekte tafel. 7. plaats op de wereldranglijst van de staalproducerende landen Sinds de ontdekking van de ijzerertslagen (oölitisch ijzererts) rond 1842 evolueerde Luxemburg snel tot een vermogend industrieland dat in 1927 de zevende plaats bekleedde op de wereldranglijst van de staalproducerende landen. Anno 1911 ontstond de staalgroep A.R.B.E.D. (Aciéries Réunies de Burbach, Eich et Dudelange) die in 2002 werd omgedoopt tot de wereldgroep ARCELOR. In 1930 werkten er in de Luxemburgse staalindustrie, waarvan de fabrieken en mijnen de grootste werkgever van het land waren, ongeveer 27.000 mensen. Op de braakliggende industrieterreinen laat de natuur opnieuw zijn rechten gelden. De oude bovengrondse exploitaties groeien langzaam uit tot canyons, het resultaat van de tussenkomst van de mens en van de natuurlijke erosie. De oude hoogovens van Esch-Belval, de stoomspoorweg, de oude mijnmusea, de ontroerende monumenten die het dagelijkse lot van de mijnwerkers in herinnering brengen, de arbeiderskolonies en de rijke burgerhuizen, stille getuigen van de industriële revolutie, refereren aan een tijdperk waar de Luxemburgse economie vooral op de secundaire sector was gericht. Ijzererts werd een bron van rijkdom in het land van de Rode Aarde, dat zo werd genoemd omwille van de rijke voorraad aan oölithisch ijzererts. De leistenen afkomstig uit de schistlagen betekenden een belangrijke bron van inkomsten voor de Ardense bevolking. Vandaag nog is leisteen kenmerkend voor de traditionele dakenbouw. De exploitatie van een koper- en antimoonmijn in respectievelijk Stolzembourg en Goesdorf bracht welvaart in deze dorpen, die oorspronkelijk alleen een agrarische roeping hadden. Steen - Het symbool van de nationale architectuur De steengroeven van Gilsdorf, Larochette en Reisdorf in het Mullerthal, het Klein Zwitserland van Luxemburg genoemd, zorgde eeuwenlang voor welvaart in die streek en ver erbuiten. Aan die nijverheid heeft het land zijn prachtige gebeeldhouwde natuursteen te denken die men terugvindt in de 18de-eeuwse gebouwen, waaronder de beroemde hoeves uit de tijd van keizerin Maria-Theresia. Het dorp Useldange kreeg trouwens de prijs Europa Nostra voor de schitterende restauratie van dit erfgoed. Sinds de aanvang van de 20ste eeuw zijn in Luxemburg-stad het Hôtel des Postes, de zetel van de Banque et Caisse d’Epargne de l’Etat en de Adolphebrug levendige getuigen van de schoonheid van de lokale natuursteen, het symbool van een architectuur die toen als nationale referentie gold. De voortbeweging zorgt voor een sociale samenhang Met de industrialisatie ontwikkelen zich ook de transportmiddelen en de communicatie. Door het Landelijke museum en het Koetsenmuseum (Peppange), het Nationaal Conservatorium voor Historische Voertuigen (Diekirch) en het Tram- en busmuseum (Luxemburg) te bezoeken, kunt u een uitgebreide indruk van de evolutie van private en publieke transportmiddelen in Luxemburg krijgen. Het Moezelkanaal, een van de eerste bouwwerken van het naoorlogse Europa, zorgt voor de verbinding tussen het Lotharingse bekken en de Rijn en heeft de Moezelvallei omgetoverd tot een prachtig groen landschap met vele sluizen die de grote vrachtschepen een veilige doorgang bezorgen. Engineering en natuur leven samen in een harmonieus en pittoresk landschap. In de Ardennen is de Société Electrique de l’Our erin geslaagd op een hoogplateau een kunstmatig meer aan te leggen en de binnenkant van de heuvel om te bouwen tot een elektriciteitscentrale. Een boeiende ontdekking die niet zonder andere charmes is gebleven: deze technische krachttoer trekt immers ook culturele manifestaties aan. |